Krabbels & Babbels

Vacatures

Stage

Op de blog delen we regelmatig onze ervaringen over dit Corona-tijdperk. Deze keer willen we echter iets schrijven over hoe onze kinderen en hun ouders deze periode beleven. We schrijven niet zomaar over hen, maar geven hen zelf een stem. In mei en juni lieten we vijf ouders en hun kinderen* (van kleuter tot adolescent) aan het woord in interviews. We delen hun perspectieven, ervaringen en visie op de toekomst en vatten dit samen in deze blogpost.

*Uit respect voor ieders privacy werden de namen uit het interview geanonimiseerd.

“Het zijn vreemden tijden die een serieuze impact hebben op mezelf en op iedereen”

Wie een paar maanden geleden dacht dat ons leven niet veel zou veranderen of dat het zo’n vaart niet zou lopen, komt nu wel bedrogen uit. De werkcontext van alle geïnterviewde ouders is veranderd, gaande van (gedeeltelijk) technisch werkloos en telewerk tot een aangepaste manier van werken op het werk.

Nora, die enkele weken technisch werkloos was, ervaart deze periode wel als aangenaam en apprecieert de tijd die ze samen, op een rustige manier, met haar kinderen kan doorbrengen. Andere ouders ervaren het als een moeilijke puzzel om de werkomstandigheden te kunnen combineren met de opvang voor de kinderen. Zowel de combinatie ‘telewerken-kinderen bezighouden/helpen’ als de combinatie ‘gaan werken-wie vangt de kinderen op’ blijkt lastig. ‘Het is zoeken naar een nieuw evenwicht, naar een nieuwe routine’ vertelt Sam, de papa van Alex ons.

Sommigen ervaren het als vermoeiend: er wordt veel flexibiliteit verwacht, je moet voortdurend bereikbaar zijn en je wordt verplicht om aan boord te blijven op het vlak van nieuwe communicatietechnologieën. Het gevoel om continu in een flow te zitten en geen tijd meer te hebben voor zichzelf of als koppel, leeft wel bij sommige van de geïnterviewde ouders. Anderen geven dan weer aan net iets meer tijd en rust gevonden te hebben. De mama van Jana wijst ons op een belangrijk punt dat in deze periode duidelijk werd, nl. ‘de hectiek van ons dagelijks leven’ viel een beetje weg: minder woon-werkverkeer, de ochtendrush die wegvalt, efficiëntere online vergaderingen, langere avonden,…

Copyright AAaRGH – bron: http://www.aaargh.be

Er leven nog een aantal andere belangrijke werkgerelateerde zorgen bij ouders. Inez is verpleegkundige en duidt het spanningsveld aan tussen de bezorgdheid om besmet te raken op het werk en het virus op die manier je gezin binnen te brengen en het vertrouwen dat we moeten hebben in de genomen veiligheidsmaatregelen. Voor andere ouders brengt deze Corona-periode dan weer heel wat financiële zorgen met zich mee.

 

“Laat ze maar spelen en genieten ook”

Ook in de gezinscontext bewoog er heel wat. Uit de interviews leren we dat ouders het belangrijk vinden om hun kinderen correct te informeren, maar hen tegelijk niet met informatie te overladen. ‘Ze mogen nog kind zijn ook en hoeven zich niet constant zorgen te maken, daardoor verandert er toch niks’.

De kinderen en ouders zijn nu meer samen thuis. Enerzijds wordt het als fijn ervaren om elkaar vaker te zien. Anderzijds zorgt het soms voor meer spanningen binnen het gezin, zeker nu de uitlaatkleppen (hobby’s, vrienden,…) zijn weggevallen. Voor sommigen was het een uitdaging om rekening te houden met elkaar. Alex vertelt: ‘Het is wel leuk omdat je elkaar dan vaker ziet, maar soms ook een beetje irritant omdat je zo vaak bij elkaar zit. Dan geeft mijn papa een live les en dan moet je weer stil zijn.’ ‘Niet alle gezinnen hebben een grote tuin met trampoline om de kinderen op te laten uitrazen’, merkt de mama van Elise terecht op. Fietsen en wandelen bleek een populaire activiteit om dit op te vangen. Ook de opvang op school werd aangehaald als iets wat ademruimte gaf.

Alle ouders geven in de interviews aan dat het belangrijk is om toch een zekere structuur en regelmaat te behouden. Het wegvallen van prikkels, minder rush, de extra tijd samen als gezin en het algemeen ‘trager leven’ werd als deugddoend ervaren. De mama van Jana haalde aan dat de moeilijke work-life balance op dit moment ertoe leidde dat ze soms meer uit handen gaf. Dit maakte op haar beurt duidelijk dat haar dochter zelfstandiger bleek te zijn dan voorheen gedacht.

 

“Ik heb nood aan knuffels”

Tijdens de lockdown probeerde men het contact met dierbaren steeds te onderhouden. Mensen waren verstandig creatief in het naleven van de maatregelen: fietsritjes langs de familie bleken populair, maar ook het vervangen van de wekelijkse spaghetti-avond in real-life door video-chat werd aangehaald.

Toch blijkt het fysieke aspect bij sociaal contact heel belangrijk: de juf die op het bord schrijft, het schouderklopje van een vriend of een knuffel van de grootouders. Deze zaken worden bijzonder gemist en konden evenmin opgevangen worden door sociale media. Echter, zelfs het in real-life afspreken met ‘bubbel-vrienden’ wordt niet als even plezierig ervaren dan voorheen. Het ‘wie-kies-ik-in-mijn-bubbel-en-wie-stel-ik-teleur-dilemma’ en de social distancing bij deze contacten vermindert de spontaniteit en daarmee ook het onbezonnen plezier van sociale contacten. We missen dus ondanks de moderne communicatietechnologieën wat we omschrijven als nabij sociaal contact. Fysieke nabijheid zorgt ervoor dat we ons pas echt sociaal verbonden voelen. Daarnaast creëert de angst om anderen te besmetten voor velen een spanningsveld tussen afstand houden en het verlangen naar nabijheid. De hunkering naar wat voorheen zo vanzelfsprekend was, is groot.

Copyright AAaRGH – bron: http://www.aaargh.be

Hierbij aansluitend blijkt het gebrek aan perspectief ons ook lastig te vallen. Of het nu gaat over of een Communiefeest nu al dan niet kan doorgaan of wanneer men bij de grootouders op bezoek mag, deze onvoorspelbaarheid maakt het ons moeilijk. Alex omschrijft het wachten op het weerzien van zijn vrienden als volgt: ‘Het is zoals in een pretpark, ge sluit u aan in zo’n rij, dan weet je ook niet wanneer je bij de attractie bent’.

 

“Dat ze maar snel terug naar school kunnen” of net niet?

Ook het schoolse systeem diende zich te reorganiseren. De meeste ouders geven aan dat scholen tijdens deze periode behoorlijk aan de noden en verwachtingen tegemoet komen. Ouders waarderen de inspanningen die geleverd werden door de leerkrachten: duidelijke weekschema’s, instructiefilmpjes, online-lessen,…

Copyright AAaRGH – bron: http://www.aaargh.be

Het legt wel extra druk op ouderschap. Ouders maken zich zorgen dat hun kind achterop zou geraken of door de ontwikkelingsmoeilijkheden de aansluiting bij het klasniveau zou verliezen. Kinderen nemen ook gemakkelijker dingen aan van de juf. Zelfstandig werken is niet voor alle kinderen evident. Ouders voelen zich niet altijd bekwaam om de leerstof op een goede manier over te brengen. ‘Dat ze maar snel terug naar school kunnen’, klinkt het dus her en der.

Door anderen wordt deze periode zonder het reguliere schoolsysteem net als rustgevend en positief ervaren. Minder prikkels en kleinere groepjes doen een aantal kinderen zichtbaar deugd. Dat merken niet enkel de ouders, maar geven sommige kinderen ook zelf aan. De meesten houden er een dubbel gevoel aan over: zowel aan het thuis zijn als het naar school gaan, zijn leuke en minder leuke aspecten verbonden. Het missen van vrienden uit de klas – en dan bedoelen ze het échte sociaal contact buiten de chatbox – wordt dan weer als belangrijke drijfveer gezien om terug naar school te willen gaan.

“We blijven in de eerste plaats ouders en zijn geen hulpverleners”

De CAR bleven tijdens de Corona-tijd de hele tijd open, hetzij op een andere manier. Om de zorgcontinuïteit te garanderen werd de werking gereorganiseerd: telefoons, mails, videovergaderingen, tele-therapie, tips en oefenbundels op maat bezorgen werden dagelijkse kost. Ons allemaal terugtrekken in ons kot en offline gaan, net nu, in een periode waarin ondersteuning en nabijheid vanop veilige afstand zo belangrijk is voor onze gezinnen, zou nogal paradoxaal zijn.

Cartoon gemaakt in het kader van dankbetuiging van de Federatie CAR
aan alle medewerkers voor de inzet en creativiteit de afgelopen periode.

De ouders geven aan dat ze voldoende en duidelijk geïnformeerd werden en dat de mate, manier en de inhoud van de ondersteuning goed is gestemd op de noden. De geïnterviewde gezinnen, en wijzelf, maakten voor het eerst kennis met therapie via beeldbellen. Niet hetzelfde als de face-to-face therapie, maar het is fijn om eens iemand anders te zien, om het te kunnen overlaten aan een therapeut. ‘De ene keer lukt het al wat beter dan de andere keer’, lacht de mama van Jonas. Voor sommige kinderen is het niet eenvoudig om zich gedurende langere tijd op het scherm te concentreren. Ook het bezorgen van oefenbundeltjes op maat, per mail of via de post, werd geapprecieerd. We merkten echter dat we sommige gezinnen tijdens deze periode ook moeilijker konden bereiken. ‘Wie de hulp het meeste nodig heeft, blijft soms onzichtbaar en dat is zorgwekkend’, merkt de papa van Alex terecht op, die zelf werkzaam is binnen het onderwijs.

“Ik hoop dat we ook goede lessen kunnen trekken uit hetgeen we nu meemaken”

Er zijn nog veel vraagtekens over het post-Corona-tijdperk. Iedereen is het erover eens dat we wellicht nog een tijdje zullen moeten leven met aanpassingen. Dit liefst op een houdbare manier, met blijvende aandacht voor hygiëne.

Copyright AAaRGH – bron: http://www.aaargh.be

De vrees leeft bij sommigen dat mensen zich na Corona bang zullen voelen en zich minder sociaal of meer afstandelijk zullen gedragen. Voor sommige gezinnen werd het tijdens deze periode duidelijk op wie ze echt kunnen rekenen.

Het idee om terug te gaan naar het oude drukke leven zoals voorheen wankelt. Zo geeft een ouder aan om vaker ‘nee’ te proberen zeggen en beseft een andere ouder dat het belangrijk is om meer tijd vrij te maken voor zichzelf. Ook het gegeven om terug te gaan naar het klassieke schoolsysteem in combinatie met de alom gekende rush en een grote hoeveelheid prikkels, boezemt toch wat angst in.

‘We moeten lokaler, duurzamer en soberder denken’, vertelt Sam ons, ‘niet toegeven aan elke ingeving, maar meer doordracht handelen’.

‘Virus ga toch dood’ en ‘doe wat jullie willen’, zeggen Elise en Jonas. Zij staan te popelen om de draad weer op te pikken (school, hobby’s,…). Het moeten dragen van een mondmasker en het bewaren van de afstand vinden de kinderen jammer. Er wordt uitgekeken naar een tijd waarin weer meer kan geleefd worden zonder regeltjes.

Tegelijk betekenden de afgelopen weken ook iets positiefs voor sommige kinderen. Jana vertelt hoe ze in deze periode zelfstandiger geworden is. Arne, die fijnmotorische opdrachten meestal niet zo leuk vond, heeft de laatste weken het plezier van knutselen ontdekt. In de opvang maakte hij bovendien een nieuwe vriend.

De verhalen van Nora en Arne, Inez en Jonas, Sam en Alex, Nathalie en Elise, Iris en Jana zorgen voor verbinding. Het delen van hun ervaringen zorgt enerzijds voor herkenbaarheid bij andere gezinnen, maar geeft ons anderzijds ook een unieke inkijk in ’t kot van onze zorggebruikers.

Graag willen we onze geïnterviewden heel erg bedanken voor hun enthousiasme en openheid.
Een dikke merci!
Maïté en Shari